Typische biotopen zijn zuurstofrijke ondiepe oerwoudkreekjes en poeltjes met een zanderige bodem en veel beschutte plekken (planten en stukken hout), alhoewel ze ook worden aangetroffen langs de oevers van grotere rivieren, meertjes en plassen.
De Pantsermeervallen-familie bevat een paar van de meest verkochte en geliefde Meervallen-soorten.
Niet alleen hebben ze vaak mooie kleuren en/of patronen, ook zijn deze kleinblijvende vissen (maximale grootte varieert van 1-18cm.), sterk, actief and zeer sociaal, en kunnen het beste in een groep van minimaal 8-10 vissen worden gehouden.
In tegenstelling tot veel andere Meervallen zijn Pantsermeervallen ook vaak overdag actief, en zijn bepaalde soorten ook voor beginnende aquarianen niet al te moeilijk om te kweken.
Corydoras schultzei

Pantsermeervallen hebben vanwege hun leven dicht bij de bodem een van onderen afgeplat lichaam, en zijn bedekt met beenplaten ter bescherming.
Ook hebben de vinnen kleine stekels, en kunnen ze hun vinnen uitklappen, waardoor deze voor roofdieren vaak moeilijk door te slikken zijn.
Daarnaast scheiden Pantsermeervallen onder stress een giftige substantie uit, ook ter verdediging (en moeten om die reden niet met andere vissen in een zak worden vervoerd!)
Toch zijn deze vissen niet echt geschikt om met grotere roofvissen te houden.
Corydorad pygmaeus

De bek is onderstandig, waardoor ze makkelijker voedsel van de bodem kunnen opnemen, en is de bek omringd door een 3-tal gepaarde voelsprieten.
Deze voelsprieten zijn vrij gevoelig en groeien niet na: om deze reden moeten ze niet in een bak met scherp grind gehouden worden.
Dit kan beschadiging van de voelsprieten veroorzaken, waardoor de vissen de hongerdood kunnen sterven.
Corydoras sterbai

Pantsermeervallen zijn ook overdag actief, en struinen het liefst in een groep het aquarium af op zoek naar voedsel. Het zijn sociale dieren, en moeten in groepen worden gehouden.
Daarbij kunnen verschillende soorten elkaars gezelschap prima verdragen.
Het aquarium dient voorzien te zijn van veel schuilplaatsen en beschutte gebieden in de vorm van planten, kienhout en rotsen.
Een beetje stroming in het aquarium wordt gewaardeerd, en het water dient goed doorlucht te worden.
Bij een te laag zuurstofgehalte schieten deze vissen naar de oppervlakte en nemen een hap lucht.
Door hun goedmoedige aard en actieve levenswijze zijn deze vissen uitermate geschikt voor een gezelschapsaquarium.
Met territoriale of roofvissen zoals piscivore (vis-etende) Cichliden, Piranha's en grote, roofzuchtige Meerval-soorten kunnen ze beter niet samengehouden worden.
Daarnaast zijn ze door hun drukke gedrag dikwijls niet echt geschikt om in kweekaquariums gehouden worden: weliswaar laten ze in de regel de eieren en het jongbroed met rust, maar ze kunnen genoeg onrust veroorzaken om de broedende vissen zo veel overlast te bezorgen dat ze hun broedbezigheden staken.
De kweek van diverse Corydoras-soorten is niet problematisch: een rustig aquarium met zuurstofrijk, goed gefilterd water, fijn bodemmateriaal en een inrichting met veel beschutte plekken is vaak voldoende om de dieren eieren te laten leggen.
Zacht, zurig water zoals wordt aangetroffen in hun natuurlijke verspreidingsgebied is niet vereist, maar kan de kans op kweeksucces aanzienlijk vergroten.
Een veel gebruikte methode om de dieren tot reproductie aan te zetten is het doen van een aantal grote waterversingen (zo'n 75%) met ietwat koeler water.
Indien in de periode voorafgaande aan deze handelingen het waterniveau over een periode van enkele weken wordt verlaagd en tegelijkertijd de temperatuur wordt verhoogd, simuleert dit het begin van het regenseizoen, het tijdstip wanneer in de vrije natuur veel vissen uit het Amazone-gebied hun eieren leggen.
Ideaal is zacht, licht zuur water, maar eenmaal geacclimatiseerd zijn Corydorassen weinig veeleisend betreffende de chemische samenstelling van het water.
De eieren worden gelegd op gladde oppervlakten (plantenbladeren, aquariumruiten), en komen na zo'n drie tot vijf dagen uit.
Het kan zijn dat de ouders de eieren of het jongbroed eten, dus het is aan te raden de ouderlijke dieren na het afzetten van de eieren over te plaatsen naar een andere bak, of de eieren/jongen in een kweekaquarium op te laten groeien.
De dooierzak is na 2-3 dagen opgebruikt, en uiterlijk vanaf dan dienen de jongen te worden gevoerd met zeer fijn voedsel (naupliuslarven, fijnverbrokkelde vlokken).
De dieren groeien redelijk vlot, en na een week of tien zijn ze zo'n 1,5-2,5cm. groot, en kunnen ze eventueel worden overgeplaatst.
Bron en foto's: Amazoona.be Google zoeken op Panstermeervallen.




